Joomla Templates by User Reviews BlueHost

Rechtsvorm een gevoelskwestie?

Er is een tendens gaande om de overheid kleiner te maken. Taken worden op afstand gezet waarbij de regiefunctie achter blijft in de overheidsorganisatie. Bij het uitbesteden van taken zijn verschillende rechtsvormen mogelijk. Houdt men vast aan een publiekrechterlijke organisatie dan ligt de gemeenschappelijke regeling voor de hand. Vaak is de wens echter om taken “echt” op afstand te zetten in een privaatrechterlijke organisatie. Het Burgerlijk wetboek onderscheidt hiervoor meerdere rechtsvormen. De stichting, Naamloze Vennootschap en Besloten Vennootschap met beperkte aansprakelijkheid worden het meest toegepast. Een keuze voor een geschikte rechtsvorm gebeurt aan de hand van criteria als aansprakelijkheid, fiscale aspecten en zeggenschap. Aansprakelijkheid blijft bij een NV en BV beperkt tot de ingelegde waarde. Althans in theorie, want de overheid zal het zich niet kunnen permitteren om een uitbestede taak door faillissement te laten verdwijnen. Het betalen van omzet-, dividend- en vennootschapsbelasting (het fiscale aspect) geldt bij privaatrechterlijke organisaties niet als de uitbesteding een echte overheidstaak betreft. Qua bestuurlijke inrichting (het zeggenschapscriterium) zijn meerdere varianten met een Raad van Commissarissen of Raad van Toezicht mogelijk. Ook het meer open karakter van een NV ten opzichte van een BV gaat niet altijd op. Bij een overheidsNV worden aandelen in een aparte stichting ondergebracht en zijn dan net als bij een BV niet meer vrij verhandelbaar. Rechtsvormen kunnen dus met het nodige maatwerk worden ingericht, waardoor de verschillen er tussen vervagen. De keuze voor een rechtsvorm bij uitbesteding wordt hierdoor steeds meer een gevoelskwestie.